Gampi of abaca papier

Gampi-papier vindt zijn oorsprong op de Filipijnen, waar de Abacá-boom groeit, die uiterlijk sterk lijkt op de bananenboom. De vezels van deze boom worden al eeuwenlang gewaardeerd om hun uitzonderlijke sterkte en natuurlijke glans. Aan deze lange vezels worden andere natuurlijke vezels toegevoegd, waaronder cogon grass — een grassoort die lange tijd als onkruid werd gezien, maar uitermate geschikt blijkt voor papierproductie.

De afgepelde bast wordt in grote ketels gekookt en fijn verwerkt tot papierpulp, die met water wordt vermengd en vervolgens met de hand gelijkmatig over grote schepramen wordt verdeeld. Tijdens dit proces kunnen natuurlijke elementen zoals bloemblaadjes of gedroogde bladeren worden toegevoegd. De vellen drogen daarna in de zon, wat elk vel een uniek karakter geeft. Op de Filipijnen werken vele kleine ateliers volgens deze traditionele methode; het papier vormt er een belangrijke bron van werkgelegenheid. Het atelier waarmee wij samenwerken is WFTO-gecertificeerd, wat staat voor eerlijke handel en duurzame productie.